Hoe gaat het met de kids in dit proces?

Deze vraag krijg ik regelmatig – mijn twee lieve kids

Ik realiseer me steeds meer hoe verschillend het is om zelf in het proces te zitten, dat het in je eigen lijf plaats vindt of wanneer je aan de zijlijn staat. Iedereen buiten mijn lijf staat eigenlijk aan de zijlijn, ook de kids staan aan de zijlijn. En iedereen heeft een andere interpretatie van deze ‘ziekte’. Eigenlijk vind ik het niet zo fijn om het zo te noemen. Want voor mij voelt het niet zo. Maar zo noemen we het wel in deze maatschappij. Ik heb het gevoel als ik de woorden borstkanker en ziekte gebruik dat het veel erger is dan hoe ik het ervaar. Maar ja ik ben dan natuurlijk ook echt miss Positivo. Merel bijvoorbeeld heeft een heel ander perspectief en dat is logisch, ze is pas 8 jaar.

Merel

Inmiddels zijn we 3 maanden verder en went ze er natuurlijk wel een beetje aan. En ziet ze ook dat ik door de behandelingen weer beter ga worden. Toch zijn er regelmatig momentjes dat ze huilend in haar bedje ligt en bang is dat ik dood zal gaan. Of zegt ze; ‘mam, ik zou willen dat je weer normaal was met je lange haar’. En dan pakken we het boekje er weer bij wat over kanker gaat en waar voor haar leeftijd verhaaltjes en plaatjes instaan. Dan benoemen we alle gevoelens en waar zitten die dan in je lijf? Dat werkt wel want als we dat doen raken we in gesprek. Serieus maar ook grapjes makend. En ik werk aan het woord vertrouwen. Erop vertrouwen dat ik weer beter word. Dat is natuurlijk buitengewoon lastig voor een 8 jarige maar in dit proces is het toch wel een sleutelwoord. En tevens ook een mooi aspect om op zo’n jonge leeftijd mee in contact te komen want vertrouwen hebben is een groot goed. Ik probeer me wel eens te verplaatsen als je nog zo jong bent hoe dat moet zijn als je mama iets heeft. Merel en ik hebben een behoorlijk close band. En dan zegt ze; ‘je bent de enige volwassen mens die ik vertrouw’. ‘Als jij dood gaat wil ik er niet meer zijn.’ Nou, die kwam binnen.

School

Met het begin van het nieuwe schooljaar heeft Merel veel behoefte om het op school te delen. Ik ben daarom naar de vertrouwenspersoon gegaan waar ik heb gedeeld wat het met Merel doet. Daar kwam een goed initiatief uit. Merel mag samen met de vertrouwenspersoon Kim iets voorbereiden hoe ze het in de klas gaat delen. Dit hadden we samen al gedaan maar dat was het vorige schooljaar. En ik kan me voorstellen dat de kinderen in de klas zich ook afvragen of het inmiddels ‘al over is of niet’. En ook helpt Kim Merel met haar gepieker door een oefening die de piekerfabriek heet met haar te gaan oefenen. Wat fijn dat school zo meedenkt.

Lars

De oudste is 16 jaar en heeft een heel ander perspectief dan Merel. Lars heeft het vertrouwen wel omdat hij veel meer kan begrijpen, het beter kan plaatsen en we er goed over kunnen praten. Dit is erg fijn. We kunnen er zelfs grapjes omĀ  maken. Vooral in het begin konden we dubbel liggen van het lachen om een macaber grapje. Dat maakt het ook een stuk luchtiger. Dat neemt niet weg dat het ook voor Lars pittig is. Ik kan minder en dat betekent dat hij meer moet doen. Bij de intake van WMO voor hulp in de huishouding geldt een regel waarbij wordt verondersteld dat kinderen van 13 jaar al allerlei taken tot zich kunnen nemen. Op papier staat het zo leuk maar in de werkelijkheid heb je te maken met een puber van 16. Een puberbrein vergeet veel, kan onredelijk zijn en heeft nog wel eens een probleem met plannen en organiseren. Lars is geslaagd voor zijn VO en is begonnen aan zijn vervolgopleiding. Dat geeft een hele andere belasting dan voorheen. Hij is veel later thuis en daardoor eten we ook later. Dat heeft weerslag op Merel want die heeft het gevoel dat de avond korter wordt. Het is best een uitdaging met de kinds in dit proces.

Dichter bij elkaar

Toch merk ik dat het niet alleen maar negatief is, we waren al een hecht team, de kids en ik. En door wat er zich nu afspeelt merk ik dat ik ook anders in het moederschap sta. Hoe kleine dingen er toe kunnen doen. Ik ben geduldiger en zie meer dan voorheen. Ook hoe de verschillen met de vaders zijn. Merel barstte een tijdje geleden in huilen uit omdat haar papa had gezegd dat ik ook wel dood zou kunnen gaan. Ineens tijdens een autoritje kwam alles eruit en was ze totaal overstuur. Geen opbouwende woorden van zijn kant, alleen een negatieve benadering die angst geeft bij een meisje van 8. Dat vind ik jammer en verdrietig. De pap van Lars liet helemaal niets meer horen nadat ik hem op de hoogte had gesteld. Zo droevig. Bij Lars maakt dit een boze reactie los. Gelukkig kan ik het zelf wel loslaten en blijf ik in mijn positieve vibe zitten. Niemand haalt me daar vanaf want ik voel het het diep van binnen ook zo, een onwrikbaar vertrouwen. Daar probeer ik de kids mee te inspireren. En al zeg ik het zelf, ik denk dat we het goed doen en dat we straks kunnen terugkijken. Ja het was pittig, het was zelfs gewoon klote maar wat zijn we blij met elkaar, onze sterke band en hebben we meer geleerd over de processen van het leven.

Hoop doet leven

Door het moederschap ben ik nog meer gemotiveerd om goed door dit proces heen te komen. Het is een ontzettend sterkte kracht. De liefde voor mijn kids zit zo diep. Hen achterlaten staat niet in mijn woordenboek. Ik wil zien hoe ze zich ontwikkelen, wat ze gaan doen, hun avonturen meemaken, hun kinderen zien opgroeien en nog veel momenten genieten van elkaar. Merel zegt wel eens, ‘mam, ik blijf heel lang bij jou wonen’. Ah heerlijk die uitspraken. Maar ja, eigenlijk wil je ze niet confronteren met alles wat bij die ziekteproces komt kijken. Het is aanpassen, het inleveren en compromissen sluiten. Zeker voor de kids. Gelukkig kan ik er goed mee omgaan en plooien we het wel met lieve vrienden om ons heen, lieve oma en opa en zelfs warme zakelijke contacten en buren. Het woord wederkerigheid of wederzijdse afhankelijkheid krijgt veel meer beleving op deze manier.

De binnenkant en de buitenwereld

Mijn binnenkant is zo anders dan hoe anderen het ervaren. Dat is bijna onbeschrijfelijk. Voorheen had ik dat ook, als ik hoorde over iemand die ziek was. Het is een beetje als in een grote trucker rijden. Zie je deze rijden dan denk je echt, pfff, hoe bestuur je zo’n ding? Dat is moeilijk. Als je eenmaal in de trucker zit en je weet hoe de draaicirkel is en wat de beperkingen zijn ten opzichte van een personen auto dan leer je ermee omgaan. Je kunt natuurlijk geen snelle auto inhalen en ook een klein parkeerplaatsje gaat niet werken. Je moet je aanpassen. Maar de beleving binnen in een trucker is heel anders dan van de buitenkant. Zo is het met mij ook een beetje. Wellicht een vreemd vergelijk. Maar toch wel toepasselijk. Het is wel vervelend als je iets wilt en je wordt beperkt. Maar in de weerstand gaan zitten levert niets op. Ja alleen maar meer frustratie. Meebuigen is beter. Accepteren en het weten dat ik over een tijdje toch weer in een sneller voertuig kan zitten met minder beperking. En de interessante vraag of ik dat dan nog wil. Want stiekem verandert ook mijn perspectief. Naar de vraag wat is kwaliteit in je leven? Een mooie vraag voor iedereen. Die zeker voor mij meer inhoud heeft gekregen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *